VG Diving biedt diverse reguliere opleidingen aan.
Het voordeel van een reguliere opleiding is een lage prijs en ruime tijd voor het voltooien van de opleiding.
De reguliere opleidingen worden het hele jaar gegeven. Buitenwater modules worden geoefend en afgenomen in Tynaarlo en binnenwatermodules in één van de drie zwembaden waar VG Diving les geeft.

Uiteraard komt er ook bij de opleiding een
stuk theorie wat je moet gaan leren.
Hiervoor zijn speciale boeken van de NOB.

Deze kun je aanschaffen via de club bij
Watersport Vertrouwen
en dienen contant betaald te worden.

NB Zelf aanschaffen van een boek is
niet aan te bevelen.
Je koopt dan namelijk een boek en geen pakket!
Hierdoor kan je niet gebrevetteerd worden.

Een lespakket is dus persoonlijk en noodzakelijk.

Leren duiken is niet moeilijk!
Er zijn verschillende duikbrevetten die je in Nederland kunt halen. Met deze duikbrevetten kun je overal ter wereld duiken. Heb je nog nooit gedoken? Dan start je met de 1* duikopleiding, waarna je met een buddy tot maximaal 20 meter diep mag duiken. Na deze duikcursus kun je verder gaan voor je 2* duikbrevet of je kiest voor één van de specialisaties, zoals onderwaterbiologie.

 

  • Duiken is niet moeilijk!omslag 1 duiker klein
    Als 1* duiker word je opgeleid om zelfstandig met minimaal een gelijkgebrevetteerde duiken te kunnen maken tot een diepte van 20 meter. Je doet dat onder gelijke of lichtere omstandigheden dan waarin je bent opgeleid en je blijft te allen tijde binnen de nultijden. Je duikt niet in getijdenwater.
    De NOB heeft ervoor gekozen een medische keuring van geschiktheid voor de duiksport verplicht te stellen. In de aanloop naar het 1* duikbrevet kun je met een eigen medische verklaring en vrijwaring volstaan tot aan de eerste duik in het buitenwater.Om deel te nemen aan de  opleiding tot 1* duiker moet je:
    – lid zijn van de NOB;
    – minimaal 14 jaar zijn.
    – beschikken over een geldige medische goedkeuring voor het beoefenen van de duiksport.Voordat je het 1* duikbrevet kunt aanvragen, moet je minimaal vijf oefenduiken hebben gemaakt. De duiken die je maakt in het kader van je opleiding tellen hiervoor mee.De 1* duiker wordt in de Engelse benaming aangeduid als Open Water Diver. Dit is een internationaal bekende benaming, waarvan de bevoegdheden aansluiten bij wat je als 1* duiker in de opleiding hebt geleerd. Je kunt je verder in de duiksport verdiepen door het volgen van de 2* duikopleiding óf door het volgen van specialisaties.
  • Er gaat een wereld voor je open!omslag-2-duiker-klein
    Als sportduiker heb je heel veel mogelijkheden om plezier aan je hobby te beleven. Je kunt duiken in getijdenwater, na zonsondergang de vissen bewonderen die je overdag niet ziet, het leven onder water herkennen en meer kennis opdoen in het assisteren van je buddy bij onverwachte situaties. Je verbreedt in deze opleiding je horizon.In de 2* duikeropleiding doe je ervaring op met het plannen en veilig uitvoeren van duiken onder diverse omstandigheden. Er wordt bovendien aandacht besteed aan de meest voorkomende duikgerelateerde aandoeningen: hoe herken je ze en hoe moet je erop reageren? Als 2* duiker duik je binnen de nultijden.
    Voordat je je 2* duikbrevet kunt aanvragen, moet je in totaal minimaal 20 duiken hebben gemaakt. De duiken uit je vorige opleiding tellen hierbij mee, evenals de duiken die je maakt in het kader van de opleiding.Om deel te kunnen nemen aan de opleiding tot 2* duiker moet je:
    – lid zijn van de NOB;
    – minimaal 15 jaar zijn;
    – beschikken over een geldige medische goedkeuring voor het beoefenen van de duiksport;
    – beschikken over het 1* duikbrevet of een gelijkwaardig ander brevet.De 2* duiker wordt in de Engelse benaming aangeduid als Advanced Open Water Diver. Dit is een internationaal bekende benaming, waarvan de bevoegdheden aansluiten bij wat je in je opleiding hebt geleerd.Als 2* duiker kun je verdergaan met de 3* duikopleiding. Je kunt er ook voor kiezen om je te verdiepen in specialisaties (IJsduiken, Wrakduiken, Zoeken en Bergen, Driftduiken en Digitale Onderwaterfotografie).
  • Je duikt nu alweer een tijdje en je merkt dat het je steeds meer gaat boeien!
    De 3* duikopleiding is een leergang van verdieping: in deze opleiding worden de omslag-3-duiker-kleinpuntjes op de i gezet en de achtergronden van wat je tot nu toe als vaste gegevens hebt aangenomen verduidelijkt. Je wordt opgeleid als ‘begeleidend duiker’. Je leert in het onderdeel Redden hoe je moet reageren bij een duikongeval. Ook leer je hoe je duikers in opleiding kan begeleiden door duiktechnieken met hen te oefenen. Tenslotte worden je recente inzichten in de decompressietheorie aangeboden. Ook de 3* duiker duikt binnen de nultijden. Voordat het 3* duikbrevet kan worden aangevraagd, moet je in totaal minimaal 60 duiken hebben gemaakt. De duiken uit je vorige opleidingen tellen hierbij mee, evenals de duiken die je maakt in het kader van je opleiding.Om deel te kunnen nemen aan de opleiding tot 3* duiker moet je:
    – lid zijn van de NOB;
    – minimaal 18 jaar zijn;
    – beschikken over een geldige medische goedkeuring voor het beoefenen van de duiksport;
    – beschikken over het 2* duikbrevet of een gelijkwaardig ander brevet.De 3* duiker wordt in de Engelse benaming aangeduid als Dive Master. Dit is een internationaal bekende benaming, waarvan de bevoegdheden aansluiten bij wat de NOB 3* duiker in zijn opleiding heeft geleerd.Als 3* duiker sta je voor de keuze of je je verder gaat specialiseren in het duiken óf dat je kiest voor de instructiekant: de opleiding tot 1* instructeur. Je kunt het natuurlijk ook allebei doen.
    De 3* duiker kan kiezen uit alle specialisaties, inclusief Decompressieduiken en Nitrox Gevorderd.
    De 3*-duiker en decompressieduiken

    Als 3* duiker leer je veel over decompressie. Zo weet je straks precies hoe het zit met de effecten van herhalingsduiken, jojoën, te weinig water drinken enzovoort. Met die wetenschap kun je je eigen duikveiligheid nog verder vergroten. Mocht je dan eens onverwacht in deco raken, dan heb je voldoende kennis en vaardigheden om weer veilig boven te komen. Wil je als 3* duiker echt geplande decoduiken gaan maken, dan bereidt de specialisatie Decompressieduiken je daarop voor. In deze specialisatie ga je die decoduiken namelijk ook echt maken; en er wordt geoefend met het gebruik van de decoboei en met het maken van luchtberekeningen. En dat laatste is bepaald geen overbodige luxe: elk jaar weer blijkt uit de ongevallenregistratie dat het goed kunnen maken van luchtberekeningen van essentieel belang is. Veel duikongevallen – met name decompressieongevallen – zijn het gevolg van een tekort aan lucht! Want je kunt natuurlijk wel mooi uitrekenen waar en hoe lang je je stops moet maken, als je geen lucht meer hebt, zul je toch naar boven moeten.Dive Master; 3* duiker aan de leiding
    Als 3* duiker kun je alle kanten op; een van de dingen die je leert, is het begeleiden van duikers. Begeleiden van gebrevetteerde duikers tijdens een clubduik, maar ook oefenen met duikers die in opleiding zijn voor hun volgende brevet.Als je als 3* duiker een gebrevetteerde duiker in opleiding begeleidt, gelden de volgende regels:
    – je leert geen nieuwe vaardigheden aan; dat is voorbehouden aan instructeurs;
    – je oefent vaardigheden in het buitenwater die de 2* duiker in opleiding al eens met zijn instructeur heeft gedaan;
    – je voert de oefeningen altijd uit in overleg met de instructeur / hoofdtrainer;
    – je mag geen vaardigheden in het buitenwater oefenen met duikers die in opleiding zijn voor het 1* duikbrevet: duikers die nog niet over een brevet beschikken, moeten in het buitenwater altijd worden begeleid door een 2* instructeur. Let op: er is één uitzondering op deze regel. De 3* duiker mag een 1* duiker-in-opleiding in buitenwater begeleiden tijdens een ‘funduik’, of in plat Nederlands, simpel onder water rondzwemmen voor het plezier en het opdoen van ervaring. Deze bevoegdheid geldt niet voor de eerste buitenwaterduik, omdat het hier om een nieuwe ervaring gaat; het geldt daarom vanaf de tweede buitenwaterduik.De eisen met betrekking tot brevettering en begeleiding hangen dus af van het soort buitenwaterduik. We onderscheiden drie soorten:
    1. de opleidingsduik: hierin wordt een nieuwe vaardigheid aangeleerd. Dit gebeurt altijd door de 2* instructeur.
    2. de georganiseerde (club)duik: hieraan nemen alleen duikers mee die beschikken over de vereiste brevet(ten) en ervaring. De 3* duiker heeft hier de rol van coördinator.
    3. de begeleide duik: tijdens een begeleide duik  kan een 3* duiker een duiker in opleiding begeleiden die nog niet over het juiste brevet beschikt, maar al wel over tenminste eenmaal ervaring (met zijn 2* instructeur). De 3* duiker is hier begeleider en leidend duiker.
    De 3* duiker staat in een opleidingssituatie altijd onder verantwoordelijkheid van een 2* instructeur. Deze is op de locatie aanwezig. Een 3* duiker die een begeleide duik maakt met een 2* duiker in opleiding (bijvoorbeeld een tweede nachtduik nadat de eerste nachtduik met een 2* instructeur gedaan is) staat ook onder verantwoordelijkheid van een 2* instructeur. In dit geval hoeft de instructeur niet op de locatie aanwezig te zijn.
  • brevetcard duiker 4De 4* duiker wordt in de Engelse benaming aangeduid als Master Scuba Diver. Dit is een internationaal bekende benaming. Voor het 4* duikbrevet is geen aparte opleiding. Het is een verzameling van specialisaties en duikervaring. Dit brevet kun je aanvragen zodra er 250 duiken geregistreerd staan.

    Deze moet je laten aftekenen door een 2* instructeur of Instructeur-trainer. Verder moet je minimaal een 3* NOB duikbrevet (of gelijkwaardig) hebben en zes NOB  specialisaties hebben gevolgd. Deze moeten tevens alle zijn geregistreerd bij de NOB. De kosten voor een 4* brevetcard bedragen € 20.-. Dit bedrag dien je over te maken op rekeningnummer NL27INGB0002304157 t.n.v. NOB Bondsartikelen o.v.v. relatienummer en gewenst brevet.
    Het 4* duikbrevet is bedoeld voor duikers die zich in hun hobby willen verdiepen. Het brevet is niet nodig om een instructeursopleiding te kunnen volgen.

  • brevetcardsDe heel strakke normeringen met seconden en meters en snelheden van vroeger zijn losgelaten. Dat is een heel bewuste keuze geweest, omdat keer op keer bleek dat deze normeringen vaak niet in het voordeel, maar juist in het nadeel van de cursisten uitwerkten: de kernvraag, namelijk “Kan deze cursist veilig met een buddy een duik maken?” werd volledig uit het oog verloren. De enige vaste waarde die nog gehanteerd wordt is een maximale opstijgsnelheid van 10 meter per minuut op iedere diepte.
    Er wordt dus ook geen minimale opstijgsnelheid meer gehanteerd.

    De instructeur zal het brevet van een cursist aftekenen als

    * deze zijn theorietoetsen voldoende heeft afgelegd (score 80% per hoofdstuk)
    * hij alle in de praktijklesplannen gevraagde oefeningen / duiken heeft uitgevoerd
    * de cursist volgens de instructeur veilig met een gelijkgebrevetteerde zelfstandig de duiken kan maken die hij volgens zijn brevetdoelstellingen mag maken.

    De lesplannen voor de theorielessen beginnen stuk voor stuk met de leerdoelstellingen. Daarin staat exact omschreven wat de cursist moet kunnen en kennen.
    De lesplannen voor de praktijklessen beschrijven alle oefeningen / duiken die per praktijkles moeten worden uitgevoerd. Verder is er voor elke opleiding een ‘Gebruiksaanwijzing’ geschreven die de instructeur meer inzicht geeft in de opbouw van die specifieke opleiding.